Beoordelingsformulier niveau 3 / Onderwijstheorie
/ Fontys ABV Tilburg / 2013-2014
student
|
Fransesca
Garritsen
|
*VT
|
*DT
|
*semester
|
7
|
8
|
datum
|
Mei 2014
|
*vakbeoordeling
|
||||
docent(en)
|
Jan
Plasman/Judith Boessen
|
*domeinbeoordeling
|
X
|
|||
*aankruisen
wat van toepassing is
Op de
achterzijde van het beoordelingsformulier worden de competenties en
bijbehorende gedragsindicatoren beschreven die ten grondslag liggen aan de
beoordeling.
aandachtspunten
/ advies:
Presentatie:
link naar M.I, kernkwaliteiten,
talentontwikkeling is helder. Maar het gebruiken van het
observatie-instrument wordt niet meteen duidelijk . De link tussen observatie
en kernkwaliteiten wordt overtuigender gebracht als in je schriftelijke stuk.
Jammer dat je de inventarisatie van kernkwaliteiten niet terug koppelt naar
je onderzoek.
|
handtekening:
|
Instructies docent en student:
·
Bij een domeinbeoordeling volgt de docent het
protocol Domeinbeoordelingen.
·
Bij een domeinbeoordeling moet dit formulier
ondertekend worden. Dit kan op 2 manieren.
o Optie 1: dit
formulier digitaal invullen, printen, ondertekenen,
scannen en digitaal versturen aan betreffende student en de fasecoördinator
ter archivering.
o Optie 2: je
maakt eenmalig een JPG van je handtekening, plaatst deze digitale handtekening
in het beoordelingsdocument en slaat dit document als PDF op. De beoordeling
verstuur je digitaal aan betreffende student en de fasecoördinator ter
archivering.
·
De student neemt dit formulier op in het
digitaal portfolio (Wordpressblog).
Te
beoordelen competenties en gedragsindicatoren (uit: Overal ramen, zie portal
ABV):
B
VERMOGEN tot REFLECTIE en ONTWIKKELING
De
student kan het eigen beeldend handelen, het kunsttheoretisch handelen, het
pedagogisch en didactisch handelen beoordelen, in onderling verband hanteren,
en zo nodig verbeteren.
B je
analyseert je eigen beeldend werk en kan de uitkomst daarvan mondeling en
schriftelijk verwoorden; - je legt een relatie tussen je eigen werk en de
ontwikkelingen in de kunsten; - je kunt een relatie leggen tussen je visie op
je vak en het schoolvak
C
PEDAGOGISCH VERMOGEN
De
student zet pedagogische kennis en ervaringen in met als doel een zingevend en
veilig klimaat te creëren.
C je
kunt een veilig sociaal klimaat in een groep creëren; - je houdt rekening met
verschillen tussen leerlingen in cultureel, sociaal en emotioneel opzicht
D
DIDACTISCH VERMOGEN
De
student zet didactische en vakinhoudelijke kennis, vaardigheden en ervaringen
op een methodische wijze in bij educatieve activiteiten, met als doel het
beeldend vermogen van leerling of cursist te ontwikkelen.
D je
verantwoordt je (vak)didactische opvattingen; - je stimuleert leerlingen om
zelf hun leerproces vorm en richting te geven; - je stelt zelfstandig lessen
samen, die worden gekenmerkt door samenhang en doelgerichtheid, voert deze
lessen uit en evalueert ze
niveau
3+ [specialisatie keuze]
- je
verricht kritisch onderzoek in de praktijk van het onderwijs en kunt daarop
aansluitende adviezen geven
E
INTERPERSOONLIJK VERMOGEN
De
student functioneert open en oprecht in een sociaal verband en je communiceert
daarbij effectief.
E je
bevordert effectieve communicatie door bijvoorbeeld te luisteren, samen te
vatten en dóór te vragen; - je bevordert zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid
door een balans te vinden tussen leiden en begeleiden
F
VERMOGEN tot SAMENWERKING
De
student is in staat een zelfstandige bijdrage te leveren aan een gezamenlijk
proces of product, educatief en/of beeldend.
F je
bent in staat om in afstemming met anderen doelen te realiseren
G
OMGEVINGSGERICHTHEID
De
student kan relevante omgevingsfactoren in de samenleving signaleren en deze
integreren in zijn studie of onderzoek.
G je
toont engagement ten aanzien van (sub)culturele en maatschappelijke
ontwikkelingen door bezoek aan culturele evenementen in binnen- en buitenland,
en deelname aan symposia

